obat pembesar penis
alat pembesar penis
alat bantu sex
obat perangsang wanita
obat pembesar penis
obat peninggi badan
obat pembesar penis
obat pembesar penis
obat kuat herbal

Wat is een Coelacanth

Coelacanten

(Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie)

Coelacanten (Latimeria) vormen een groep kwastvinnige vissen. Ze zijn het enige levende geslacht van de onderklasse coelacantachtigen . Er bestaan twee soorten: de gewone coelacant uit de westelijke Indische Oceaan en de Indonesische coelacant uit de wateren rond Celebes. Mogelijk vormen de populaties uit Zuid-Afrika een derde soort.

De coelacant geldt als het standaardvoorbeeld van een levend fossiel.

 

Ontdekkingsgeschiedenis

Als fossiel zijn de coelacanten al veel langer bekend dan als levende dieren. De eerste beschrijving was afkomstig van de paleontoloog Louis Agassiz, die in 1836 de soort Coelacanthus granulatus uit het Perm beschreef. Sindsdien zijn er verscheidene andere fossielen gevonden.

Op 23 december 1938 werd in Zuid-Afrika, bij de monding van de Chalumna, door trawlerkapitein Hendrik Goosen een onbekende vis gevangen. De vis werd naar Marjorie Courtenay-Latimer van het natuurhistorisch museum van Oost-Londen gebracht. Zij nam contact op met de Zuid-Afrikaanse ichthyoloog James Leonard Brierley Smith, die de vis het volgende jaar onderzocht. Zijn onderzoek bevestigde het vermoeden dat het om een coelacant ging, en hij publiceerde zijn bevindingen in een artikel in Nature waarin het dier benoemd werd als Latimeria chalumnae. De geslachtsnaam eert Latimer.

In december 1952 werd een exemplaar gevangen bij de Comoren. Smith wist het te bemachtigen en beschreef het exemplaar onder de naam Malania anjouae — later zou blijken dat het een iets afwijkend individu van L. chalumnae betrof. De Fransen, die de Comoren als kolonie hadden, waren woedend, en de verdere uitvoer van coelacanten werd verboden. Tot 1965 konden slechts Franse wetenschappers de vissen onderzoeken.

In de National Geographic Magazine van juni 1988 zijn voor het eerst beelden gepubliceerd waarin de coelacant in zijn natuurlijke leefomgeving is te zien.

 

Uiterlijk

Het uiterlijk van een coelacant wijkt af van dat van de meeste vissen. De bouw van de vinnen is anders.

Bij de meeste straalvinnigen bestaan de vinnen uit stevige maar flexibele stralen, die aan de huid verbonden zijn. Bij kwastvinnigen, zoals de coelacant, is dit alleen bij de eerste rugvin het geval. De andere vinnen bestaan uit een gespierde, rond botten opgebouwde stam, die slechts aan het uiteinde een kwast van vinstralen heeft. Typisch voor de coelacanthini is een vergelijkbare, zelfstandig beweegbare vin in het midden van de staartvin. Het dier heeft geen echte ruggengraat maar een notochorda

 

       Latimeria chalumnae

 

 

Vergeleken met de meeste fossiele coelacanten is Latimeria een grote vis, die tot circa 180 cm lang wordt. Op de bovenkant van de kop bevindt zich een uniek, onbekend zintuig. Wat hierdoor wordt waargenomen is onbekend; een mogelijkheid is dat het een elektrisch orgaan betreft waarmee prooien worden opgespoord in het duister.

 

Leefgebied


Behalve het eerste exemplaar, werden tot de jaren negentig alle latimeria's gevangen bij de Comoren, meer specifiek bij twee van de vier eilanden, Anjouan en Grande Comore. Veel wetenschappers vermoedden dat dit het enige hoofdvoorkomensgebied was, maar er werd ook gespeculeerd dat het verspreidingsgebied groter zou zijn, en dit slechts het enige deel van het gebied is waar op grotere diepte naar grotere vissen gevist wordt. In 1991 werd dit bevestigd door een vangst bij Mozambique en vanaf 1995 werden er latimeria's gevangen bij Madagaskar. In 2000 werden coelacanten gevonden bij de kust van Zuid-Afrika. Daarna zijn er ook populaties aangetroffen bij de kust van Tanzania en Kenia, zodat het erop lijkt dat langs de hele westelijke kust van de Indische Oceaan kleine groepjes leven.
Een tweede soort, Latimeria menadoensis werd in 1997 door Mark Erdmann en zijn vrouw Arnaz Mehta gefotografeerd op een vismarkt in Manado op het eiland Celebes. In 1998 werd een nieuw exemplaar gevangen. Deze Aziatische soort is ongeveer vijf miljoen jaar geleden afgesplitst van de soort die rond Afrika wordt aangetroffen. De verbreiding ervan is nog onduidelijk.

 

Levenswijze

De meeste vangsten zijn gedaan op een diepte van circa 200 meter, maar ook hier is onbekend hoe representatief die zijn. Mogelijk leven de coelacanten net als sommige van hun mogelijke prooidieren overdag in dieper water, en komen ze alleen 's nachts omhoog naar deze diepten. Met de duikboot Geo is bij de Comoren waargenomen dat de dieren daar zich overdag meestal in grotten schuilhouden. Latimeria heeft een zeer lage stofwisseling, neemt maar langzaam zuurstof op uit het water en sterft bij hogere temperaturen.
De jachtmethode van Latimeria is onbekend, maar men vermoedt dat ze rustig rondzwemmen tot een prooi voldoende dichtbij komt, en dan met een korte spurt toeslaan. Een typisch gedrag betreft het op de kop gaan zwemmen, wellicht om het elektrisch orgaan de prooi beter te doen waarnemen.

 

Zeldzaamheid

Het is onbekend hoeveel coelacanten voorkomen. Vangsten zijn zeldzaam, naar schatting zijn er in totaal 200 à 400 gevangen (data 1990). Of dit op werkelijke zeldzaamheid duidt, of dat ze slechts gevangen worden in een klein deel van het leefgebied (bijvoorbeeld doordat ze normaal in dieper water leven), is onbekend. Ondanks deze onduidelijkheid zijn er al beschermingsmaatregelen genomen: de particuliere handel in gevangen dieren is verboden.